Larynx manipulatie

Larynxmanipulatie of strottenhoofdmanipulatie is een therapievorm die voornamelijk wordt gebruikt bij verhoogde spierspanning rond de larynx. Hierdoor kunnen er o.a. stem- en slikstoornissen ontstaan. De gespecialiseerde fysiotherapeut behandeld daarom zowel de spieren rondom de larynx als de wervelkolom, waarbij ook houding adviezen een belangrijke rolspelen.

 

Ben je meer geïnteresseerd in de anatomie van het strottenhoofd dan volgt hieronder een beschrijving van de opbouw van het strottenhoofd

Het strottenhoofd of larynx bestaat uit een aantal kraakbenen onderdelen die verbonden zijn met pezen en spieren. Het strottenhoofd is in de hals opgehangen aan het tongbeen (os hyoideum). De voorzijde van het strottenhoofd is in de hals zichtbaar als de adamsappel, bij mannen meer dan bij vrouwen.

De kraakbeenstukken van het strottenhoofd zijn:

  • Ringkraakbeen (cricoïd)
  • Schildkraakbeen (cartilago thyreoides)
  • Bekerkraakbeentjes (cartilago arytaenoides)
  • Strotklepje (epiglottis)

Larynx

 Larynx:

  1. membrana thyreohyoidica
  2. ligamentum thyreohyoidicum medianum
  3. incisura laryngica
  4. cartilago thyreoides (schildkraakbeen)
  5. ligamentum cricothyreoidicum medianum
  6. conus elasticus
  7. cartilago cricoides (ringkraakbeen)
  8. trachea (luchtpijp)
  9. os hyoides (tongbeen)
  10. ligamentum thyreohyoidicum laterale
  11. cornu superius (bovenste hoorn) van schildkraakbeen
  12. bovenste larynxzenuw en -arterie
  13. linea obliqua (schuine lijn)
  14. musculi cricothyreoidici
  15. cornu inferius (onderste hoorn) van schildkraakbeen
  16. cricothyreoïdverbinding

Het cricoïd bevindt zich onder het schildkraakbeen en verbindt het strottenhoofd met de luchtpijp (trachea). Het schuldkraakbeen kan op het cricoïd in voor-achterwaartse richting kantelen door twee zijdelingse gewrichtjes. De epiglottis is een klep die passief het strottenhoofd kan afsluiten wanneer er wordt geslikt, waardoor er geen voedsel of vloeistof in de luchtpijp terecht kan komen. Het voedsel wordt vervolgens zijdelings van het strottenhoofd in de slokdarm geperst.

De stembanden zitten voorin aan het schrildkraakbeen vast, ter hoogte van de adamsappel. Ze verlopen in voor-achterwaartse richting naar de Bekerkraakbeentjes (arytenoïden). Deze beentjes kunnen zijdelings verschuiven op het ringkraakbeen. Wanneer de arytenoïden in de middenpositie staan kan er stemgeluid worden gemaakt. Wanneer ze geheel naar buiten verschoven zijn, is de ademweg volledig vrij. In het strottenhoofd zijn naast de ware stemplooien ook volle stemplooien aanwezig. Deze liggen boven de ware stembanden en hebben dus met name een ondersteunende functie in het afsluiten van het strottenhoofd bij het verslikken (aspiratie) De valse stembanden hebben zelf geen spieren die kunnen worden aangespannen om klanken te vormen Ze dragen door hun ligging enigszins passief bij aan het vormen van klanken, echter zal dit onvoldoende zijn om een aandoening aan de ware stembanden volledig teniet te doen.